skip to Main Content
taakwiel_algemeen_kids2

Hiernaast zie je het taakwiel. Als je werkt aan een taak draait het wiel. Om een taak af te maken moet je van alles doen. Wat je moet doen en hoe je dat doet kun je hier onder lezen.

character_thumbs_up_1600_clr_17680
Taakwiel AS
Bouwen

Bouwen

Als Noud aan een taakje begint kijkt hij eerst heel goed wat hij moet doen om ‘KLAAR’ te zijn met de taak.
Als Noud dan precies weet wat hij moet doen, doet hij dat heel goed na elkaar. Wat komt eerst en wat komt dan?
Noud bouwt zijn taak goed op.

Nadenken

Nadenken

Voordat Tijn begint met een taak denkt hij goed na over het doel van de taak.
Waarom moet Tijn deze taak doen? Wat leert Tijn ervan? Wat moet Tijn kunnen om de taak te maken? Als hij zo nadenkt over de taak, komt Tijn erachter hoe hij de taak het beste aan kan pakken.
Als Tijn bezig is met de taak en ook als hij al klaar bent bedenkt hij wat goed ging en wat hij volgende keer beter kan doen. Hij leert dan van de taak.

Tijd

Tijd

Tijn vraagt zich af hoe lang hij over deze taak doet?
Dat doet hij iedere keer als hij weet hoe hij de taak kan doen.
Als Tijn bezig is met de taak bedenkt hij of hij op tijd klaar kan zijn.
En als Tijn denkt dat hij er te lang over doet gaat hij sneller werken of probeert hij het anders te doen.
Dan is Tijn toch op tijd klaar.

Starten

Starten

Mariet weet hoe ze een taak kan doen en begint dan meteen.
Ze zoekt alle spullen bij elkaar die ze nodig heeft en start met werken.
Als Mariet nog niet kan starten, vraagt ze zich af wat ze dan nodig heeft.

Stappen

Stappen

Om te zorgen dat de taak ‘KLAAR’ is moet Samira alle stappen gedaan hebben.
Samira weet heel goed welke stappen ze moet zetten.
Wat komt eerst en wat komt dan?
Als Samira een stap klaar heeft, gaat ze snel verder met de volgende stap.

Taakwiel WIEL
Doorzetten

Doorzetten

Voor deze taak moet Jasmine veel stappen zetten.
Niet alle stappen gaan even goed. Jasmine probeert, maar het lukt nog niet.
“Jasmine hou vol, probeer het nog een keer!”
Jasmine is een echte doorzetter, want het lukt haar.
Ze kan echt doorzetten en zo een taak te maken.

Stoppen

Stoppen

Er roept iemand door de klas en er valt een potlood.
Het digibord zoemt de hele tijd.
Door die prikkels kan Alma heel even niet werken.
Maar Alma kan die prikkels stoppen. Ze doen haar niks meer.
Alma gaat gewoon door met werken.

Veranderen

Veranderen

Dorien werkt aan een taak en het lukt niet om het voor elkaar te krijgen. Dorien heeft het al drie keer geprobeerd.
Dus gaat Dorien veranderen. Dorien gaat het dan op een andere manier doen.
Dorien kan dat en is dus heel flexibel. Ze kan iets op een andere manier doen als dat nodig is.

Opletten

Opletten

Als Noud aan een taak werkt is het nodig om goed op te letten. Noud let op wat hij doet en hoe hoe hij het doet.
Noud wil dat de taak klaar is en daarom moet hij tot het einde van de taak zijn hoofd er goed bij houden. Hij moet op blijven letten.

Onthouden

Onthouden

De taak is uitgelegd. Het is wel veel.
Samira bedenkt wat hij moet doen.
Samira zegt alles nog een keer zachtjes voor zichzelf.
Als Samira aan het werk is weet hij alles nog.
Samira heeft alles onthouden.
Samira moet een som uit zijn hoofd uitrekenen. Het is een moeilijke som en Samira moet tussendoor een getal onthouden. Samira is goed in het onthouden.

Goed voelen

Goed voelen

Dirk denkt aan iets anders.
Toch gaat Dirk steeds weer verder met de taak.
“Knap hoor, Dirk” 
Dirk kan even nergens aan denken en weer gewoon verder werken.
Hij voelt zich goed als hij aan een taak werkt.